Lezing luitenant generaal b.d. Ted Meines op 1 december 2008 te Wageningen

Gepubliceerd op: 21-5-2010

Lezing gehouden door luitenant-generaal der Artillerie b.d. Ted Meines op 1 december 2008 te Wageningen. Luitenant-generaal Meines is o.a. oud-oorlogsvrijwilliger en Indiëganger, oud-bondsvoorzitter Wapenbroeders, oud-paradecommandant Wageningen, Erevoorzitter Veteranen Platform.


INLEIDING
Wanneer op 21 september 1989 het in de meimaand van dat jaar opgerichte Veteranen Platform in aanwezigheid van prins Bernhard aan de samenleving wordt gepresenteerd, spreek ik als voorzitter de prins voor het eerst aan als veteraan van Oranje, Over die benaming krijg ik van aanwezige autoriteiten nogal wat kritiek en soms afkeuring, maar niet van de prins. Na afloop van die voor krijgsmachtveteranen uiterst belangrijke gebeurtenis laat hij mij weten zeer verguld te zijn met die aanduiding, omdat -zo zegt hij- ik tenslotte deel uitmaak van de veteranenwereld; ik hoor bij jullie en voel mij daar thuis en ik wil zolang ik kan daarvan in woord en daad blijk geven en jij mag mij daarover aanspreken als veteraan tot veteraan.
Tot aan zijn dood heeft hij in volle overtuiging, vaak in eenvoudige veteranentaal daarnaar gehandeld en dan is het ondenkbaar om bij de herdenking van zijn sterfdag aan de verbondenheid tussen de prins en de krijgsmachtveteranen voorbij te gaan.

Die verbondenheid komt vanaf 1988 elke vijfde mei wel heel duidelijk in de schijnwerpers te staan, wanneer de prins in Wageningen, de Stad der Bevrijding, het in omvang toenemende veteranendefilé als parade-inspecteur afneemt. En allengs ontstaan in Wageningen jaarlijkse manifestaties van krijgsmachtveteranen.  Is Wageningen niet alleen Stad der Bevrijding met de prins als ereburger, maar veel meer Stad der Veteranen. En door de jaren heen groeit  5 mei in Wageningen uit tot onvervreemdbare expressies van dankbaarheid voor herkregen vrijheid, waarvoor velen zich naar beste weten en kunnen, onder vaak moeilijke omstandigheden hebben ingezet.

Tegelijkertijd wil die vijfde mei in Wageningen voorbeeld zijn voor een toekomst, waarin krijgsmachtveteranen als vanzelfsprekend door de samenleving worden gewaardeerd en geëerd. De kwalificatie Stad der Veteranen behoort m.i. bij Wageningen en die status doet op geen enkele wijze afbreuk aan andere steden in ons land, waar ook veteranen samenkomen en zich al dan niet met een defilé aan de samenleving presenteren.

Mijn bijdrage aan deze herdenking gaat over dié veteraan van Oranje, die door zijn dood wel uit ons gezichtsveld verdween, maar in veteranenland in gedachten nog steeds voortleeft; nog heel dicht bij ons is, met name op zijn sterfdag. Ik leg getuigenis af van mijn persoonlijke ervaringen en ontmoetingen met de prins en geef u mijn beeld inzake zijn rol in de geschiedenis van de veteranen, welk ik eind 2005 in een boekwerk samenvatte.

De rol van de prins in veteranenland heeft niets van doen met persoonsverheerlijking of anderszins; dat is mij volstrekt vreemd. Het is een veteranenstem uit het verleden die oproept saamhorig, solidair en vooral trots te zijn te behoren tot de grote schare krijgsmachtveteranen. Om daarvan  ook blijk te geven, dag in dag uit; en dan niet alleen met als kenteken de veteranenspeld op de revers, maar daarover telkens weer getuigenis af te leggen. Onmisbare schakels te zijn tussen samenleving en krijgsmacht; daarbij klanken kleur gevend aan hun onderlinge relaties en afhankelijkheden als grondvlak voor maatschappelijke erkenning van veteranen.

Het is een groot voorrecht deze bijdrage nog te kunnen doen met zoveel vrienden en bekenden onder mijn gehoor. Maar tegelijkertijd mis ik dierbare leeftijd- en tijdgenoten die in mijn terugblik markante functies en taken vervulden. Velen van hen zijn niet meer in leven en daarom is deze inleiding tevens een postume dankbetuiging aan hen.

COMMISSIE NATIONALE HERDENKING
Wanneer de kruitdamp van de Tweede Wereldoorlog (WO II) opgetrokken is, maken verzet en krijgsmachtveteranen de balans op van gebrachte offers aan doden, gewonden en beschadigden naar lichaam en/of geest. Zij die mochten overleven maken de bevrijding van het koninkrijk mee en starten een nieuwe fase in hun leven met dankbare herinneringen aan hun omgekomen makkers uit die bange oorlog- en bezettingsjaren. Dodenherdenking en viering bevrijding maken derhalve deel uit van hun veteraan bestaan en zijn onvervreemdbare elementen en vooral maatgevende hoogtijdagen in veteranenland.

Dit is na WO II nog geenszins het geval in de samenleving en vanuit de overheid zijn daarin geen directe aanzetten tot enige verbetering te verwachten. Het eerste naoorlogse kabinet Schermerhorn acht namelijk het einde van WO II wel herdenkingswaard en besluit voortaan 5 mei aan te merken als een nationale feestdag, maar wenst zich niet te bemoeien met de nagedachtenis aan de afgelopen wereldbrand en dus ook niet aan slachtoffers. Dat bemoeilijkt de identiteit van de bevolking met oorlogsslachtoffers en het zal nog jaren duren voordat in de samenleving sprake is van een herdenkingsbesef en –bewustzijn.

Oud-verzetsstrijders en krijgsmachtveteranen komen wel in actie en zij doen dat met hulp van particuliere organisaties. Het voormatig verzet richt met de Haagse afdeling de Commissie Nationale Herdenking (CNH) op met een eerste herdenking bij het voorlopig monument op de Dam in Amsterdam op 4 mei 1946 voor alle in Nederland gevallen verzetsstrijders. Mede dankzij inzet van de in 1947 opgerichte Nederlandse Bond van Oud-Strijders (NBOS) worden in komende jaren ook andere oorlogsslachtoffers herdacht. Vanaf 4 mei 1953 vindt dan tenslotte een nationale herdenking plaats ter nagedachtenis aan de in de jaren 1940-1945 omgekomen burgers en militairen, óók van geallieerde zijde, en voor wat betreft Indië tot aan de Japanse capitulatie (en dus niet over de periode tijdens de inzet van de krijgsmacht aldaar na 15 augustus 1945).

Bij oud-Indiëgangers veroorzaakt dit de nodige commotie en zij nemen zelf actie. Het in 1951 door Indië veteranen opgerichte Veteranen Legioen Nederland (VLN) en lid van de Wereld Veteranen Federatie (WVF) organiseert vanaf 1952 herdenkingen voor in Indië gevallen militairen. Die vinden ook plaats in Amsterdam bij het inmiddels in 1956 opgerichte definitieve Nationaal Monument op de Dam; de eerste jaren op 27 december (datum Soevereiniteitsoverdracht) en vanaf 1959 op of omstreeks 10 mei en alsdan voor alle omgekomen militairen na WO 11. Beide herdenkingen gaan in 1973 een fusie aan met samenvoeging van uitvoerende organisaties tot het Comité Nationale Herdenking met het VLN als kern. Het CNH zal tot eind 1987 werkzaam blijven en zal worden opgevolgd door het huidige Nationaal Comité 4 en 5 mei als een semi-overheidsorgaan.

Het meergenoemde VLN kent een Raad van Advies met als eerste voorzitter viceadmiraal Helfrich uit de Indië-periode die in 1964 die functie overdraagt aan prins Bernhard. De prins is vanaf het mobilisatiejaar 1939 al de persoonlijke Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) van Koningin Wilhelmina. Hij wordt op 3 september 1944 benoemd tot Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten (BNS) met de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) onderzijn bevel. Bij de heropbouw van de krijgsmacht wordt de functie van BNS in september 1945 opgeheven en de BS eindigt een jaar later op 13 september 1946. De prins wordt achtereenvolgens benoemd tot Inspecteur Generaal bij de Koninklijke Landmacht (1945), bij de Koninklijke Marine {1946) en bij de Koninklijke Luchtmacht (1953) en op 31 januari 1970 worden die afzonderlijke functies samengevoegd tot Inspecteur-generaal der Krijgsmacht, rechtstreeks vallend onder de Minister van Defensie (MinDef) en met de Zwaluwenberg (bij Hilversum) als stafkwartier.

Wanneer de prins vanaf 1964 toetreedt tot de Raad van Advies krijgt het VLN de beschikking over de best mogelijke adviseur en vooral klankbord inzake alles wat met de krijgsmacht te maken heeft. In feite is de prins vanaf zijn aantreden als bevelhebber en daarna als Inspecteur-generaal daadwerkelijk betrokken bij het tot stand komen van die nationale herdenking in de namiddag van de vierde mei in Amsterdam, met daarbij zijn speciale aandacht en belangstelling voor de oud-verzetsstrijders en krijgsmachtveteranen en hun gevoelens van affiniteit voor de oud-bevelhebber.

BOND VAN WAPENBROEDERS
Viering van de bevrijding laat qua organisatie en uitvoering lang op zich wachten. Op lokaal en regionaal niveau vinden we! activiteiten en acties plaats, maar het ontbreekt nog lang aan nationale evenementen. Door toedoen van het CNH vindt in Amsterdam voor het eerst op 5 mei 1975 een nationale bevrijdingsherdenking plaats met de eerstvolgende nationale viering in Den Haag op 5 mei 1980. Wederom door inzet van het CNH wordt in 1981 het Comité Nationale Viering Bevrijding (CNV8) opgericht dat, evenals het CNH, tot eind 1987 blijft functioneren met elk jaar een nationale bevrijdingsherdenking in een andere provinciehoofdstad.  Prins Bernhard is ook bij die ontwikkeling daadwerkelijk betrokken en met name vanuit de Raad van Advies van het VLN, alwaar ik als beoogd voorzitter VLN en reeds bestuurslid van de beide herdenkingscomités de prins frequent ontmoet en met hem vrijwel alle veteranenzaken bespreek.

Zo ontstaat in de loop der jaren tussen ons een vertrouwensband die meer is dan alleen de functionele relatie tussen voorzitter Raad van Advies en voorzitter VLN, Als bewijs daarvan is de prins op 10 mei 1992 eregast bij mijn afscheid als bondsvoorzitter.

Onze eerste kennismaking dateert uit Engeland wanneer ik in 1945 als OVW-er (oorlogsvrijwilliger) in opleiding aan de prins word voorgesteld bij een van zijn bezoeken aan Britse opleidingscentra. Op zijn verzoek maak ik hem deelgenoot van mijn verzetsverleden wat betreft het veilig onderbrengen van onze Joodse landgenoten en speciaal hun kinderen.  Dat contact blijft tijdens mijn actieve loopbaan in de krijgsmacht bestaan; vooral tijdens plaatsingen bij Generale Staf en de Legerraad, waarvan de prins als IGK q.q. deel uitmaakt.

In oktober 1976 verlaat ik de actieve dienst en op de valreep van zijn vertrek als IGK biedt de prins op de Zwaluwenberg enkele dienstverlatende opper- en vlagofficieren een afscheidsdiner aan.  En al gauw spreken wij over vraagstukken van herdenking en viering bevrijding; de rol daarin van krijgsmachtveteranen en uiteraard ook over doelstellingen van het VLN en de vraag van de prins of ik daarin een bestuursfunctie ambieer.  Ik vertel hem dat ik als vrijwilliger gekozen heb voor een functie in de charitatieve wereld, maar dat ik graag bereid ben mij in te zetten voor welzijn en welbevinden van krijgsmachtveteranen, waaraan door de overheid weinig of geen aandacht wordt besteed.

Kennis en ervaring inzake mensvraagstukken krijg ik volop bij de Nederlandse Hartstichting en internationale  PR- en voorlichtingsactiviteiten brengen mij voorjaar 1983 weer terug in Indië dat ik als uitgezonden beroepsmilitair eind 1950 verliet.  Bij toeval ontmoet ik in Jakarta enkele bestuursleden van het Veteranen Legioen Republiek Indonesia (VLRl), evenals het VLN lid van de VWF. Er is sprake van een ongedwongen en vriendschappelijke ontmoeting met vroegere tegenstanders en die informele kennismaking zal de basis leggen voor de formele ontmoeting met het VLRl tijdens het in augustus 1995 afgelegde staatsbezoek, waaraan een veteranendelegatie van het VP toegevoegd is.

En met rijke ervaring en opgedane kennis inzake mensvraagstukken ben ik adequaat toegerust om in maart 1984 toe te treden tot het bestuur VLN (inmiddels gefuseerd met de NBOS en thans onder de benaming Bond van Wapenbroeders). Vanaf dat tijdstip begint voor mij een wel heel bijzondere levensfase, waarin krijgsmachtveteranen, herdenkingen en vieringen bevrijding centraal staan en waarin prins Bernhard een markante rol vervult die tussen ons uitgroeit tot een hechte veteranenband, ingebed in wederzijdse en respectvolle affiniteit en vriendschap.

HET EERSTE WAGENINGSE DEFILE
Vanaf mijn entree in het bestuur NBOS/VLN en als aanloop naar het voorzitterschap, vertegenwoordig ik de organisatie in vrijwel alle verbanden waarmee contact wordt onderhouden en een daarvan is het   'Nationaal   Comité   Herdenking Capitulaties 1945  Wageningen' en gemakshalve verder genoemd het Comité Wageningen. Op 5 mei 1975 wordt in Wageningen voor het eerst een nationale bevrijdingsherdenking gehouden met een bijeenkomst in de aula van de Landbouw Hogeschool en kranslegging door ereburger prins Bernhard bij het bevrijdingsmonument (het 5 Meiplein), door hem in 1951 onthuld. Die herdenking keert jaarlijks terug en ter zekerstelling van continuïteit wordt in het voorjaar van 1980 het particuliere Comité   Wageningen opgericht als samenspel tussen oud-verzetsstrijders, krijgsmachtveteranen en de gemeente Wageningen. In 1984 treed ik namens het VIN toe tot het comitébestuur en naar beste weten zijn op dit moment oud-penningmeester Berger en ik nog de enige in leven zijnde bestuursleden uit die beginjaren.

Op Bevrijdingsdag 5 mei 1985 wordt voor het eerst in Wageningen een defilé gehouden, alleen bestaande uit Canadese oorlogsveteranen die deelnamen aan de bevrijding van ons land. De Canadese Generaal-majoor b.d. Kitching (oud Chef-staf 1ste Canadese Legerkorps) is paradecommandant met H.K.H, prinses Margriet als parade-inspecteur.

Tijdens de bevrijdingsherdenking 5 mei 1987 onthult koningin Beatrix een gedenkraam in de Grote Kerk op de Markt (n.a.v. de evacuaties in 1940 en 1945).  Na afloop daarvan is er na vele jaren van politieke onderbreking weer een militair defilé met het staatshoofd als parade-inspecteur.

Voor het eerst in de geschiedenis van ons land presenteert de krijgsmacht zich in het openbaar met in haar midden een groep oorlogsveteranen onder mijn commando, allen deelnemers aan de bevrijding van het koninkrijk. Onder de gasten bevindt zich prins Bernhard en na afloop van het defilé hoor ik hem nog tegen mij zeggen: "De komende jaren doen wij dat met onze veteranen; jij zorgt daarvoor en je kunt daarbij op mij rekenen."

In datzelfde jaar wijzigt de regering onaangekondigd en ook zonder inschakeling van verzet en krijgsmachtveteranen wel hun herdenkingsformule die zij sinds 1946 jaarlijks en tot volle tevredenheid mochten uitoefenen. Wanneer bovendien diezelfde mannen en vrouwen worden uitgesloten van deelname aan de nieuwe herdenkingsopzet van 4 mei 1988 in Amsterdam, is dat het sein voor een eigen veteranenpresentatie. En het is buiten kijf dat zowel het Canadese veteranendefilé 1985 als het militaire defilé 1987 daarbij een uitdagende rol spelen.  Het Comité Wageningen verzoekt mij eind 1987 maatregelen te treffen om op 5 mei 1988 als aanvulling op zijn herdenkingsprogramma een defilé te organiseren van geallieerde en Nederlandse oorlogsveteranen die aan de bevrijding van het koninkrijk deelnamen. Aldus is de stad Wageningen op 5 mei 1988 gastvrouw van de eerste nationale ontmoeting van bevrijders die de dag daarvoor op de vierde mei in Amsterdam niet welkom waren! Na afloop van het defilé mengt de prins zich in het defilantenopvangcentrum Junushoff onder de bevrijders en vertrouwt mij toe sinds jaren niet zo gelukkig en dankbaar te zijn met dit eerbetoon en alweer uit te zien naar het volgende jaar.

De jaren 80 en 90 van de vorige eeuw geven in ons land als het ware een opstanding van krijgsmachtveteranen te zien, die uit het niets in het volle licht van de schijnwerpers komen en dat dankzij hun eigen initiatieven. Die concentreren zich in eerste instantie op de eigen veteranenwereld tot bundeling van krachten, dan op de militaire wereld als hun oorspronkelijk tehuis en vervolgens op regering en parlement, voor het tot leven brengen van een veteranenbeleid. En tenslotte als afronding om krijgsmachtveteranen in de samenleving hun verdiende plaats te geven met als kern maatschappelijke erkenning. Een terrein waar niet de veteraan, maar de bevolking in woord en daad actie zal dienen te nemen.

VETERANEN PLATFORM
Vanaf 5 mei 1988 voltrekt zich in Wageningen als onderdeel van de jaarlijkse bevrijdingsherdenkingen een nationale presentatie van veteranen met hun krijgsmacht en oud-bevrijders aan de samenleving die zijn weerga in de geschiedenis van ons land niet kent. In 1989 wordt het Veteranen Platform (VP) opgericht en vormt in de komende jaren de verbindingsfunctie tussen het Comité Wageningen met de in aantal groeiende en aan het defilé deelnemende veteranenorganisaties.  Eveneens in 1989 komt Minister van Defensie Ter Beek met de eerste veteranennota, met daarin maatregelen voor erkenning, waardering en voorziening in materiële en immateriële behoeften, alsmede vastlegging van inschakeling en samenwerking tussen overheid en krijgsmachtveteranen.

Op 10 mei 1990 wordt op initiatief van het VP een Open Dag Veteranen gehouden, die de basis legt voor 'krijgsmacht veteranendagen'; tot op de dag van vandaag niet meer weg te denken jaarlijkse evenementen bij de krijgsmachtdelen Marine, Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee. In november 1991 wordt door inzet van het VP de Stichting Dienstverlening Veteranen opgericht die later opgaat in het huidige Veteraneninstituut (Vi) in Doorn, veteranencentrum bij uitnemendheid. De prins beleeft als oud-bevelhebber, oud-IGK, voorzitter RvA-Wapenbroeders,  parade-inspecteur en vooral als krijgsmachtveteraan alle ontwikkelingen alsof -zo zegt hij vaak- ik ze zelf heb bedacht. "Ik zou ze nooit hebben willen missen, want het zijn onmisbare en ondeelbare elementen van mijn lenen; ze horen bij mij, evenals ik behoor tot die veteranenwereld."

In dit kader is een terugblik naar het jaar 1991 voor prins en veteranenwereld van bijzondere betekenis. Tijdens een bijeenkomst met de Raad van Advies laat hij mij weten op 5 mei 1991 in Wageningen nog één keer in het openbaar in uniform te verschijnen en -zo voegt hij daaraan toe- dan neem ik in Wageningen op mijn manier afscheid van de krijgsmacht te midden van mijn maten van destijds en jij zorgt voor een goede entourage.

Comité en defilanten zullen die dag niet snel vergeten. Wanneer ik als Parade Commandant het defilé aan de prins meld, weet ik niets anders te zeggen dan: "Koninklijke Hoogheid,  het legioen komt er weer aan en begroet u vandaag als zijn bevelvoerend veteraan." Ik denk dat dit het beste typeert hoe onze verhoudingen waren; het beste zijn rol in het defilé markeert, maar bovenal onmiskenbaar weergeeft dat het Wageningse defilé onvervangbaar is en nog minder te verplaatsen is naar een ander evenement of locatie in Nederland.

En dan stap ik automatisch de problematiek van de Nederlandse Veteranendag binnen en die ga ik in mijn terugblik niet uit de weg en dan niet alleen omdat deze dag de verjaardag van de prins als signatuur draagt. Het is veel meer -zoals ik dat noem- een pokerspel tussen de Haagse politiek en het Wagenings particulier initiatief met als inzet komende Nederlandse Veteranendagen in relaties met bestaande Wageningse bevrijdingsdagen en daarbij voormalig verzet, krijgsmachtveteranen en geallieerde oud-bevrijders als direct betrokken toeschouwers, waaronder ook prins Bernhard.

Voor de jubileumherdenking 5 mei 1995 is een aantal leden van de Tweede Kamer uitgenodigd om op die dag in Wageningen aan festiviteiten deel te nemen en kennis te nemen van de echte veteranensfeer. Om deelgenoot te zijn met allen die in dankbare herinnering een ogenblik stilstaan bij herkregen vrijheid die met grote offers gepaard ging en geen gezin, familie of ander leefverband onberoerd liet. Reeds op de dag zelf laten zij mij weten dat er een veteranendag zou moeten komen, doch eerst in de herfst van 1996 wordt in de Tweede Kamer een motie ingediend voor het houden van veteranendagen als dank-je-wel-uitingen voor hen.

Het duurt tot juni 2001 (dus vier en een halfjaar later!) wanneer een publicatie in het veteranenblad Checkpoint het onderwerp dag der veteranen weer in de belangstelling terugbrengt en het parlement de vrijwel vergeten motie van 1996 weer nieuw leven inblaast. De Tweede Kamer spreekt zich unaniem uit om bijzondere aandacht te schenken aan jonge generaties veteranen die in hun diensttijd, hetzij als dienstplichtigen, dan wel als vrijwillig dienenden, betrokken waren bij vredesmissies, één van de kerntaken van de recentelijk gereorganiseerde krijgsmacht.

Het gebeuren in Wageningen op 5 mei heeft volgens parlementariërs alleen te maken met de bevrijding van het koninkrijk en betreft oorlogsveteranen, hoofdzakelijk de oude(re) categorieën veteranen, die binnen afzienbare tijd toch zullen verdwijnen. Die politieke visie stoelt in genen dele op realiteit en dat wordt hen ook meegedeeld, want het jaarlijks gebeuren op 5 mei in Wageningen is in de loop der jaren uitgegroeid van bevrijdersmanifestatie tot de enige stad in Nederland waar alle oud-verzetsdeelnemers, geallieerde oud-bevrijders en krijgsmachtveteranen welkom zijn, omdat nergens anders aan hen aandacht wordt besteed.

PRINS BERNHARDS' LAATSTE DEFILE
Enkele dagen vóór zijn 92ste verjaardag ontvangt de prins op paleis Soestdijk uit banden van de Staatssecretaris van Defensie (StasDef ) in aanwezigheid van enkele autoriteiten de veteranenspeld en ik heb een uitnodiging ontvangen aanwezig te zijn. De bewindsman doet mededeling dat de door hem eind 2002 ingestelde ad hoc commissie inmiddels advies heeft uitgebracht om jaarlijks op 29 juni veteranendagen te houden en dat hij daarmee instemt. Nadere invulling zal geschieden door een breed opgezet nationaal comité met de IGK/IdV (Inspecteur der Veteranen) als vicevoorzitter, terwijl defensie ambtelijke ondersteuning verzorgt. Tegenover de StasDef merk ik op dat dit een defensiezaak lijkt te worden, hetgeen betrokkene beaamt met als reactie "dat de samenleving daartoe nog niet in staat is, maar defensie wel!" Ik krijg gelegenheid om de prins mijn bezorgdheid over die ontwikkeling te laten weten, omdat het denkbaar en zelfs verwachtbaar is dat de beoogde Nederlandse veteranendag (nog steeds zonder een uitgesproken wens of wil van de bevolking) kenmerken van defensieveteranendagen draagt of zal (kunnen) gaan dragen en in conflict zal kunnen komen met bestaande veteranenactiviteiten en zeer zeker met Wageningen! Die bezorgdheid wordt realiteit wanneer ik kennisneem van de definitieve aanbevelingen van de ad hoc commissie. Daarin lees ik o.a. dat veteranendagen de veteranen de ruimte moet bieden zich in de richting van de samenleving te presenteren, teneinde op die manier bijdragen te leveren aan kennisvermeerdering ter verkrijging van een grote(re) bekendheid met en waardering voor hen.

Dat het particuliere veteranendefilé in Wageningen reeds vanaf 1988 een allerwege gerespecteerde en gewaardeerde veteranenpresentatie aan de samenleving is, vindt blijkbaar noch bij commissie noch bij regering en parlement enig gehoor, terwijl bovendien op geen enkele wijze enige veteranenactiviteit zou worden gedoubleerd! Gevolg hiervan is dat er een onnodig spanningsveld wordt opgeroepen tussen twee nationale evenementen die qua aard en karakterverschillen; elk met een ander doel en dus met een geheel eigen en specifieke identiteit, als ook met geheel eigen noden en behoeften.

Naar aanleiding van onze ontmoeting op paleis Soestdijk nodigt StasDef mij op 12 februari 2004 uit voor een onderhoud met ais belangrijkste onderwerp de problematiek rondom Wageningen en Veteranendag. Hierover zegt StasDef (en ik citeer uit zijn brief van 23 april 2004 als verslag van het besprokene) dat 'betrokkenheid van veteranen met die dag niet inhoudt dat zij een rol spelen in de vormgeving en zichzelf in het zonnetje zetten, want dat zullen anderen moeten doen!'  Kennisnemende van opzet en uitvoering van gehouden Nederlandse Veteranendagen kan ik toch niets anders constateren dan dat die niet sporen met deze politieke uitspraak.

Wageningen 5 mei 2004 geeft als parade-inspecteur de prins te zien getooid met de groene baret van de commando's en dit zal de laatste keer zijn dat de prins als gast van het Comité Wageningen en als veteraan klank en kleur geeft  aan het  Wagenings veteranendefilé.  Een defilé dat meer is dan presentatie van    veteranen en krijgsmacht in onderlinge verbondenheid; meer is dan uiting van dankbaarheid voor herkregen vrijheid in vrede en veiligheid; meer is dan een nationale reünie van alle krijgsmachtveteranen van oorlog-  en vredesmissies.  
Het is bovenal uitgegroeid tot levend symbool van nationale verbondenheid en saamhorigheid rondom de veteraan, zijn krijgsmacht en voor zolang het nog kan samen met geallieerde oud-bevrijders aan wie tenslotte  ons koninkrijk de bevrijding te danken heeft.  Vrij kort na deze Bevrijdingsdag laat de prins weten dat hij op 5 mei 2005 voor het laatst in Wageningen parade-inspecteur is en ook geen opvolger heeft. Bovendien worden geruchten steeds sterker dat defensiesteun aan Wageningen binnen afzienbare tijd wordt beëindigd ten faveure van de Nederlandse Veteranendagen.

HET OVERLIJDEN VAN PRINS BERNHARD
Het overlijden van prins Bernhard op 1 december 2004 is een groot verlies voor de Koninklijke familie, ons volk en wel heel in het bijzonder voor verzet, krijgsmachtveteranen en de Stad der Bevrijding.  In een speciale herdenkingsbijeenkomst in de Joh. de Dooperkerk nemen zij op 23 december afscheid van de prins en nog lang zullen aanwezigen de indrukwekkende herdenking als een persoonlijke herinnering bij zich dragen.  Kroonprins Willem Alexander is bereid op 5 mei 2005 de plaats van zijn overleden grootvader op het defileerpodium in te nemen; niettemin zullen defilanten hun oud-bevelhebber en collega veteraan node missen en zullen als hommage aan hem in nog grotere getale aan het komende defilé deelnemen.

De plotselinge dood van collega John Maas als voorzitter Comité Wageningen op 11 april 2005 slaat diepe wonden in zijn gezin, familie en vriendenkring van het comité. Oud-comitévoorzitter collega Van der Vlis is bereid tijdelijk het voorzitterschap van het Comité Wageningen op zich te nemen en aanvaardt de uiterst moeilijke opdracht de aanstaande bevrijdingsherdenking 5 mei tot een goed einde te brengen. Maar wat minstens even belangrijk is dat hij de eerste stappen zal dienen te zetten in de richting van een bij te stellen Wageningse herdenkingsformule met o.a. een aangepast veteranendefilé.

5 mei 2005 wordt in de veteranengeschiedenis vastgelegd als voorlopig de laatste veteranenpresentatie met geallieerde oud-bevrijders en de krijgsmacht onder de vigeur van het Comité Wageningen. In een groots defilé met Kroonprins Willem Alexander in het uniform van brigade-generaal op het defileerpodium ondergaat de stad der Veteranen, die uitpuilt van tienduizenden bezoekers uit het hele land, de warme gevoelens en genegenheid van defilanten als dank voor verkregen vriendschap, betrokkenheid en vooral gastvrijheid.

En het is niet zo verwonderlijk dat defilanten zich afvragen en dit ook laten weten óf er mogelijkheden en/of gelegenheden zijn, waarop zij elkaar weer kunnen ontmoeten en dan het liefst op dezelfde wijze als in afgelopen jaren in Wageningen. Opzet en program van de eerste Nederlandse Veteranendag ervaren zij voorshands niet als een zodanig gebeuren en zo voltrekt 29 juni 2005 zich vanuit optiek van krijgsmachtveteranen met slechts weinig belangstelling en vooral gemis aan het dank-je-wel van de bevolking.  Het Comité Nederlandse Veteranendag is ontvankelijk voor kritieken en verklaart zich bereid wijzigingen aan te brengen en daarbij aan de roep van veteranen om een defilé gehoor te geven,  want die willen hoe dan ook zich ergens manifesteren omdat zij Wageningen missen!

In oktober 2005 draagt collega Van der Vlis de leiding van het Comité Wageningen over aan oud-IGKHdV De Veer, tevens bestuurslid van het Comité Nederlandse Veteranendag. Zulks confronteert betrokkene wel keuzes te moeten maken tussen herziening van de herdenkingsformule 5 mei Wageningen met een beperkt veteranendefilé en het meehelpen uitbouwen van Nederlandse Veteranendagen met o.a. een defilé dat in principe niet onderhevig is aan enige beperking.

In mijn terugblik wijd ik geen verdere aandacht aan Nederlandse Veteranendagen anders dan de constatering dat in toenemende mate gemeentebesturen veelal met de steun van veteranenorganisaties op of omstreeks 29 juni lokale en/of regionale veteranendagen organiseren. Dat stemt m.i. tot grote voldoening,  omdat die dagen als kern de maatschappelijke erkenning van veteranen dragen en de plaatselijke bevolking haar eigen krijgsmachtveteranen dank en waardering betuigt, een dank-je-wel van medeburgers.  En het spreekt wel voor zich dat ik vanaf deze plaats wens en verwachting uitspreek dat binnen afzienbare tijd de kerngedachte van Nederlandse Veteranendagen allerwege wordt gedragen door een tastbare en voelbare nationale uiting van dank, waarderingen betrokkenheid van de samenleving met haar krijgsmachtveteranen.

Een volk dat zo zijn veteranen voor het voetlicht brengt en zich sterk maakt en zich ook sterk houdt voor hun welzijn en welbevinden is een volk dat leeft en dat bouwt aan zijn toekomst en mag daarbij onvoorwaardelijk rekenen op zijn krijgsmachtveteranen!

DE TOEKOMST VAN HET DEFILE
Na deze omweg weer terug naar mijn primaire aandacht bij deze herdenking gericht op ontstaan, ontplooiing en toekomst van Wageningen mede als postume hommage aan prins Bernhard, gezien zijn inbreng en inzet in jaarlijkse bevrijdingsherdenkingen vanaf 1975!  Ik denk dat ik u geen nieuws verte! dat mijn veteranenhart hier in Wageningen ligt,  omdat krijgsmachtveteranen voor het eerst in onze nationale geschiedenis de kans en de gelegenheid geboden werd om vanuit de Stad der Bevrijding zichzelf te presenteren en te profileren. Het zal dan ook niemand verwonderen dat ik mij steeds heb ingezet voor voortzetting van het Wageningse defilé; mogelijk of wellicht in gewijzigde of aangepaste vorm, maar dan wel als element van de jaarlijkse 5 mei herdenking, georganiseerd door het Comité Wageningen. En over een gewijzigde en/of aangepaste vorm valt te denken aan een veteranendefilé dat ook plaats biedt aan oud-lndië- en oud-Koreagangers gezien hun militair optreden gerelateerd aan dan wel als direct gevolg van de Tweede Wereldoorlog; zij zijn tenslotte oorlogsveteranen. En het is de weg van alle leven dat er op zeker moment een eind komt aan de defilédeelname van alle oud-verzetsdeelnemers, krijgsmachtveteranen en bevrijders, maar ik acht het onjuist daar nu al vanuit te gaan en als het ware voorschot te nemen op een toch onzekere toekomst.

Ik realiseer mij terdege dat dit geschetste toekomstbeeld de afgelopen jaren zich op een andere wijze heeft voltrokken en dat voorgenomen herdenkingen van het nieuwe NCHC een structureel en vooral fundamenteel gewijzigd 5 mei Wageningen te zien zal geven.  Dat richt zich onder andere en met name op deelname door krijgsmachtveteranen, althans het selectief uitsluiten van krijgsmachtveteranen van na WO II van deelname aan het defilé.  Dat stemt tot overdenken in de wetenschap dat tijden en situaties (kunnen) veranderen en dat de mens in al zijn schakeringen onderhevig is aan invloeden of gevolgen daarvan,  die niet altijd stroken met eigen opvatting,  visie dan wel overtuiging. Dat vraagt niet alleen om loyaliteit,  maar dwingt m.i. tegelijkertijd tot kritisch en oprecht nadenken over wat een ieder in die gegeven ontwikkelingen te doen staat.

In de afgelopen jaren werden Wageningen en de Nederlandse Veteranendagen t.a.v. krijgsmachtveteranen vaak ten onrechte aangemerkt als soortgelijke evenementen. Ik heb daarover reeds eerder gesproken, maar Wageningen en de Nederlandse Veteranendagen zijn qua aard en karakter twee fundamenteel verschillende nationale gebeurtenissen. Een ieder kenmerkt zich door een ander doel, doelstelling en doelgroep met een geheel eigen identiteit en een tehuis waar per definitie alle krijgsmachtveteranen zonder enige uitzondering hun eigen rol kunnen vervullen en zelfs moeten kunnen vervullen en dan ook welkom zijn.

Oud-militairen Indië-, Nieuw Guinea- en Koreagangers hebben in het nabije verleden als oorlogsveteraan menigmaal moeten ervaren dat de overheid zich niet om hen bekommerde en hen als het ware buiten de deur hield.  Laat dat in hun laatste levensjaren nog niet weer eens gebeuren door hen deelneming aan het Wageningse veteranendefilé te ontzeggen onder hantering van het pseudomotto dat er voor hen toch plaats is in het Haagse defilé op de Nederlandse Veteranendag.  Die oproep of boodschap kan niemand onberoerd laten,  zeker niet op deze sterfdagherdenking als blijk van gemeenschappelijke gevoelens van betrokkenheid en saamhorigheid rondom prins en krijgsmachtveteranen van alle leeftijden en afkomstig van alle oorlogstonelen en vredesmissies.

Het is vandaag een wel heel bijzondere dag in uw en in mijn leven, waarop een ieder persoonlijk en wij ook gezamenlijk op deze historische plek in gedachten teruggaan met onvergetelijke herinneringen aan de ereburger van de Stad der Bevrijding, aan de Koninklijke gast en markante parade-inspecteur van het Comité Wageningen, aan de nationale voorvechter van verzet en krijgsmachtveteraan en aan de Veteraan van Oranje.

SLOTWOORD
Ik heb het a!s een eer beschouwd hedenmiddag de sterfdag van Z.K.H Bernhard, Prins der Nederlanden te mogen ge- en herdenken en ik verbind daaraan mijn wens en verlangen dat Wageningen mag blijven voortleven; niet alleen als Stad der Bevrijding,  maar ook als Stad der Veteranen. Mogelijk of wellicht binnen afzienbare tijd weer als vanouds met in haar midden een Koninklijke gast op de bevrijdingsherdenkingen van vijf mei. Mijn opa, naamgenoot, zou mij op dit moment hebben kunnen bijvallen met zijn en ook mijn lijfspreuk: "Zij die geloven, haasten niet."
Met een toespeling op het aloude en bekende Geuzenlied 'Gelukkig is het land dat God de Heere kent' sluit ik mijn bijdrage aan deze herdenkingsbijeenkomst af met -naar mag ik aannemen- ons aller geloof en overtuiging: "Gelukkig is het land dat zijn veteranen eert en waardeert,"

Dank voor uw aandacht en mijn respect aan u allen.

Altijd op de hoogte? Meld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief