In het havengebied van Terneuzen heeft de Zeehavenpolitie Zeeland-West-Brabant met partners vandaag een grootschalige controle gehouden. De controle was gericht op de aanpak van ondermijnende criminaliteit in de zeehaven. Daarbij werden met name voertuigen uit het beroepsgoederenvervoer en bedrijfswagens gecontroleerd.
De Zeehavenpolitie werkte deze woensdag 7 oktober 2026 nauw samen met het Team Milieu Controle van de politie en het Team Verkeer van de politie maar ook met collega’s van Transport en Milieu Controle Douane, de Koninklijke Marechaussee, de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Er zijn in totaal 50 voertuigen uitgebreid gecontroleerd. Van iedere bestuurder is daarnaast een alcohol- en drugstest afgenomen.
Twee van de bestuurders bleken drugs gebruikt te hebben. Bij deze weggebruikers is bloed afgenomen en de politie wacht nog op de uitslag.
Eén bestuurder moest zijn rijbewijs inleveren vanwege een forse snelheidsovertreding. Eén bestuurder reed zonder geldig rijbewijs
Daarnaast hebben meerdere bestuurders een bekeuring gekregen voor onder andere de volgende feiten:
- het rijden met gladde banden,
- geen begeleidingsbrief met afvalstroomnummer,
- het niet dragen van de autogordel,
- het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden,
- onjuiste kentekenplaat,
- het overschrijden van de doorgetrokken streep,
- overschrijden van de rij- en rusttijden,
- een foutief ingevulde ladingbrief
en het overschrijden van de maximaal toegestane hoogte. In totaal zijn er 14 bekeuringen uitgedeeld.
Naast de bekeuringen deelde de politie ook meerdere waarschuwingen uit.
De Zeehavenpolitie zal in de toekomst vaker dergelijke controles blijven organiseren samen met hun ketenpartners om samen de strijd te voeren tegen ondermijning.
Bron: Politie
…bij de dependance van het Bureau Flexibele Capaciteit
Zo'n zeshonderd reservisten hebben een functie bij de Koninklijke Marechaussee. Dat moeten er veel meer worden. Het goede nieuws: ze melden zich bij de vleet aan. De uitdaging: deze reservisten opleiden. Bij de dependance van het Bureau Flexibele Capaciteit op het OTCKMar zijn collega’s dan ook druk bezig instructeurs klaar te stomen die kersverse reservisten bij de hand moeten nemen. Kapitein Zola coördineert deze werving en oud-beroepsmilitair Lesley, in het dagelijks leven wijkagent, is zo’n reservist die als instructeur de nieuwe lichting moet gaan opleiden.
“We hebben echt veel nieuwe mensen nodig”, benadrukt Zola. De kapitein is zelf reservist en in die hoedanigheid coördinator van de dependance van het Bureau Flexibele Capaciteit. “Ons team is een soort vooruitgeschoven post van het bureau. Wij kijken naar de behoeftes en tekorten die hier op het opleidingscentrum zijn en of we die kunnen opvullen met reservisten.”
De animo om reservist te worden is gelukkig groot, vertelt ze. “We hebben zo’n tweehonderd mensen in de pijplijn om de vervolgopleiding in te gaan. Dat zijn we momenteel nog aan het organiseren. De eerste vervolgopleiding vindt op z’n vroegst in januari 2027 plaats."
Hiervoor zijn uiteraard instructeurs nodig. Zola: “Deze halen we bijvoorbeeld uit de bestaande reservistenpool. In onze huidige club zitten een paar instructeurs die al jaren reservist zijn. Sommigen hebben al instructeurservaring, anderen worden daar nu voor opgeleid. Maar we zijn daarnaast hard op zoek naar herintreders, zoals Lesley. Dus oud-militairen die als reservist willen terugkeren.”
Kapitein Zola werkt al drie jaar bij Defensie als jurist bij de afdeling Juridische Dienstverlening van de Divisie Personeel en Organisatie Defensie (DPOD). “Ik behandel bezwaren en beroepen van besluiten van Defensie, zoals ontslagbesluiten. Ook vertegenwoordig ik Defensie in de rechtbank.” Ze is sinds een jaar reservist. “Dat het de Koninklijke Marechaussee is geworden, heeft enigszins te maken met mijn vorige baan waarin ik werkzaam was in het vreemdelingenrecht. Dat heeft natuurlijk de nodige overlap. Maar op deze manier krijg ik ook de mogelijkheid om mezelf te blijven ontwikkelen en een maatschappelijke bijdrage te leveren.”
Wachtmeester Lesley vervulde in 1995 zijn dienstplicht bij de Landmacht, waarna hij beroepsmilitair werd. Toen hij uit dienst ging, was hij nog twee jaar reservist bij de Luchtmacht. Dat bestaan zei hij in 2009 vaarwel om meer tijd vrij te maken voor zijn kinderen. In mei van dit jaar keerde Lesley, in het dagelijks leven wijkagent in Rotterdam, terug als reservist. Wat hij gaat doen? “In een notendop: reservisten opleiden voor het bewaken en beveiligen van objecten, zoals de koninklijke paleizen.”
Lesley begon in mei met de opleiding tot praktijkopleider. Als alles volgens plan loopt, wordt hij in september verder opgeleid door beroepsmilitairen. “Daarna start ik als instructeur voor nieuwe reservisten.” Een functie die hem op het lijf is geschreven, vertelt hij. “In het verleden gaf ik bij andere organisaties al veel les. Zo heb ik mensen die in het openbaar vervoer werken opgeleid en ben ik IBT-docent geweest. Het is leuk om weer lekker les te gaan geven. Dat het ook nog eens bij de Marechaussee is, vind ik een extra bonus. Met name omdat het erg overeenkomt met mijn werk bij de politie en mijn beveiligingsopleiding.”
Reservist zijn, laat zich volgens Lesley en Zola goed combineren met hun eigen baan. Lesley: “Ik zit nu natuurlijk nog in de opbouwfase naar mijn functie toe, maar ik schat in dat ik er straks maandelijks drie tot zes dagen mee bezig ben. Afhankelijk van welke trainingen er worden gegeven.” Zola: “Ik ben wekelijks tussen de acht en zestien uur aan mijn reservistenfunctie kwijt. Bij mijn vorige baan, waarin ik in de rechtspraak werkte en lange dagen maakte, was het ondenkbaar om dit erbij te doen. Toen ik bij Defensie terechtkwam, veranderde dat. Mijn huidige baan laat zich veel beter combineren met een functie als reservist.”
Zoals eerder aangegeven: de animo om reservist te worden bij de Marechaussee is groot. Dat enthousiasme is natuurlijk prettig, maar verwachtingsmanagement is ook een belangrijk onderdeel van Zola’s takenpakket. “Het is helaas nog niet zo dat reservisten na het aanstellingstraject meteen aan de slag kunnen. We hebben te maken met wachttijden voor de Algemene Militaire Basisvaardigheden (AMBV) en wezijn nog bezig met het oprichten van de vervolgopleiding. Voor sommigen betekent dat lang wachten. Dat geven we geïnteresseerden ook mee. Tegelijkertijd proberen we hen tijdens dat proces wel te blijven boeien en te binden. Dat doen we bijvoorbeeld door hen te stimuleren zich op te geven als oefenvijand of een ander project mee te draaien.”
Herintreders als Lesley vormen een aantrekkelijke doelgroep voor het Bureau Flexibele Capaciteit. Zij kunnen immers veel sneller ingezet worden als reservist, legt Zola uit. “Deze groep heeft al militaire ervaring en dus sowieso een voorsprong. Daarbovenop hoeven ze niet meer de hele AMBV te doorlopen. Ze beschikken over een stuk beroepscontext, waardoor het voor hen makkelijker is om de inhoud over te brengen en anderen op te leiden.” Ze besluit met een glimlach: “Dus ben jij een oud-militair met een wens om jouw kennis en ervaring over te brengen; meld je dan vooral.”
Bron: KMarMagazine - Editie 07 2026
Een vrouw heeft maandagavond op de Fairoaksbaan in Rotterdam een voertuig van de Koninklijke Marechaussee en een lijnbus aangereden. Uit onderzoek is gebleken dat de vrouw onder invloed was van verdovende middelen. Ze is aangehouden.
De vrouw viel op vanwege haar rijgedrag, waarop de marechaussee besloot haar een stopteken te geven. Toen de dienstdoende marechaussees met haar in gesprek gingen, gaf de vrouw plotseling gas en ramde zij de dienstauto. De twee inzittenden van de auto konden net op tijd wegspringen.
De vrouw reed vervolgens hard weg met haar auto, die daarna tegen een lijnbus tot stilstand kwam. Onderweg was de vrouw al tegen meerdere betonnen blokken gebotst. De vrouw werd na het ongeluk door de marechaussee uit haar voertuig getrokken.
Verdovende middelen
De auto van de vrouw raakte zwaar beschadigd. Op de zijkant zitten meerdere krassen en een ruit is gesneuveld. De automobiliste bleek onder invloed van verdovende middelen. Ze zit nog vast en wordt gehoord.
Bron: AD
De Koninklijke Marechaussee (KMar) is de kop van jut van Defensie. Ze zijn militair en politie tegelijk en daarom wordt de KMar niet altijd voor vol aangezien. En uitgerekend koning Willem-Alexander werkt hieraan mee, door geen uniform en gevechtskleding te dragen van de KMar. Een onwenselijke situatie, die eenvoudig kan worden gecorrigeerd.
Koning Willem-Alexander was op 22 september jl. te gast op de nieuwe schietbaan van de special forces, in Soesterberg. ‘The Holland Gate’ staat onder beheer van de BSB, de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten. De vorst droeg tijdens een oefening een helm van de Koninklijke Marechaussee. Maar: hij droeg gevechtskleding van de Landmacht, niet van de gastheer, de Marechaussee. Het blijkt dat de koning ook geen uniform bezit van de KMar. In zijn koninklijke kledingkast hangt er wel eentje van de Landmacht, Luchtmacht en Marine.
Grote afwezige
Dit heeft te maken met een Koninklijk Besluit, getekend door koningin Beatrix op 24 april 2013, in de laatste week van haar regeerperiode. Hierin staat: ‘De Koning kan bij daarvoor in aanmerking komende gelegenheden gekleed zijn in een uniform als vastgesteld voor een vlag- of opperofficier der Krijgsmacht’. Dat zijn drie uniformen: marine, landmacht en luchtmacht. Omdat de Koning geen rang heeft, draagt hij op zijn uniform alleen het Koninklijk Distinctief.
De grote afwezige in het Koninklijk Besluit: de Koninklijke Marechaussee. Terwijl de gendarmeriedienst een volwaardig onderdeel ‘der Krijgsmacht’ is, staat ze met lege handen. Een reden voor de uitsluiting wordt niet gegeven.
De koning vervulde zijn dienstplicht bij de Koninklijke Marine en heeft daarna ook gediend bij de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, waar hij het groot militair vliegbrevet behaalde. Vóór de troonswisseling had Willem-Alexander de rangen van Commandeur bij de marine, Brigadegeneraal bij de landmacht en Commodore bij de luchtmacht.
Daarnaast was de Koning adjudant in buitengewone dienst van Koningin Beatrix. Als Prins van Oranje heeft hij nooit gediend bij de Marechaussee, bij de rest wel. Willem-Alexander liet de KMar links liggen in zijn jonge jaren. Een bewuste keuze.
Geen snuffelstage bij de KMar
De Koning is niet, zoals in Spanje en België, opperbevelhebber van de strijdkrachten. Als lid van de regering kan hij namelijk geen actieve militair zijn. Willem-Alexander heeft dus geen officiële militaire functie of rang meer. Hij had gewoon het gevechtstenue van de Marechaussee kunnen dragen tijdens zijn bezoek aan de schietbaan. En bovendien wordt in het Koninklijk Besluit de gevechtskleding niet genoemd, alleen ceremoniële uniformen.
Defensie bevestigt zelf het onterechte vooroordeel dat de Marechaussee een tweederangs organisatie zou zijn. Generaal Onno Eichelsheim regelde in 2022 een speciale snuffelstage voor prinses Amalia. Meerijden in een tank, meevliegen in een F-16 en een duik maken in een onderzeeboot. Maar niet bij de KMar, een dagje meelopen bij de paspoortcontrole op Schiphol stond niet op het programma.
Kap van de KMar is minder waard
De Rijksvoorlichtingsdienst deelt ook een tik uit aan de KMar. ‘De Prinses van Oranje kreeg voor haar 18de verjaardag van de Commandant der Strijdkrachten een drietal kennismakingsbezoeken aangeboden aan alleen de stevigste gevechtseenheden van de Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marine.’ Dat komt hard aan. De KMar heeft volgens de RVD geen ‘stevige gevechtseenheden’.
Beoogd troonopvolger Amalia kwam geen kijkje nemen op de KMar-kazerne. Voor zover bekend, is dat nog steeds niet gebeurd. Een vreemde keuze. Voor de Koning en Defensie geldt blijkbaar niet, gelijke monniken, gelijke kappen. De kap van de KMar is minder waard.
Pas sinds 1998 zelfstandig
De Marechaussee is sowieso een vreemde eend in de bijt bij Defensie. Het kleinste onderdeel, qua personeel en budget. Oorspronkelijk een onderdeel van de Koninklijke Landmacht. Dit zou een reden kunnen zijn dat de koning tijdens het bezoek aan de schietbaan gevechtskleding droeg van de Landmacht.
Pas sinds 25 maart 1998 is de KMar een zelfstandig krijgsmachtdeel. Dilan Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie, is verantwoordelijk voor het beheer. Het gezag ligt – afhankelijk van de taak – bij de ministeries Justitie en Veiligheid (inclusief het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.
Bewaking paleizen
Het takenpakket van de KMar bestaat uit grensbewaking, beveiligingstaken en internationale en militaire politietaken. De dienst verdient als ondergeschoven kindje binnen Defensie meer waardering voor haar inspanningen. En in het bijzonder van de Koning. De KMar is immers verantwoordelijk voor de bewaking van zijn paleizen: Huis ten Bosch, Noordeinde en het Paleis op de Dam. Marechaussees houden ook een oogje in het zeil bij Kasteel Drakensteyn, waar prinses Beatrix woont.
Twee royals hebben wél een bijzondere band met de KMar. Prins Pieter-Christiaan werkte van 2004 tot 2009 bij de Directie Operaties. Hij schopte het tot luitenant-kolonel. Sinds 2018 is de prins weer terug als reservekolonel. Hij werkt part-time bij het Innovatielab. PC draait regelmatig diensten op verschillende locaties, waaronder Schiphol. Zijn tante, prinses Beatrix, is al zeventig jaar lang de Schutsvrouwe van de Koninklijke Marechaussee, sinds 1956.
Wijzig het Koninklijk Besluit
Het is evident dat de Marechaussee in deze onveilige tijden een belangrijke rol vervult in de Nederlandse samenleving. Het zou een goed idee zijn als de Koning zelf het initiatief neemt om het Koninklijk Besluit van zijn moeder te laten wijzigen. Zodat hij ook een Ceremonieel Tenue mag dragen (en een gevechtstenue bij een bezoek) van de Marechaussee. Willem-Alexander kan er ook persoonlijk voor zorgen dat zijn dochter Amalia – na haar opdrachten bij de luchtmacht en de marine – aan de slag gaat als werkstudent bij de Koninklijke Marechaussee. De 9.813 mannen en vrouwen van de KMar verdienen deze erkenning.
Bron: Wynia’s Week
De Koninklijke Marechaussee heeft op maandag 5 oktober 32 personen aangehouden bij een demonstratie op de luchthaven Schiphol. De klimaatactivisten van Extinction Rebellion demonstreerden op airside, voorbij de security.
De actievoerders kwamen eerder die ochtend binnen door de securityfilters. Rond 12:00 uur startten zij een onaangekondigd protest in het beveiligde gebied van de luchthaven, waar demonstreren vanwege veiligheidsredenen niet is toegestaan. Kort daarop werden de demonstranten gevorderd de luchthaven te verlaten. Nadat zij hier geen gehoor aan gaven, werden alle 32 aanwezigen aangehouden en afgevoerd door de Landelijk Bijstandsorganisatie van de Marechaussee.
Door het gezamenlijke optreden van de luchthaven Schiphol, de Brigade Politie & Beveiliging en de Landelijk Bijstandsorganisatie van de Marechaussee, zijn de luchthavenprocessen nauwelijks gehinderd.
Bron: Koninklijke Marechaussee
Paw Patrol: achtergelaten kittens vinden bijzonder nieuw baasje
Drie kittens hebben een wel heel bijzondere eerste Dierendag. De katten werden door de Marechaussee aangetroffen in een verlaten pand in Amersfoort. Nu deelt de Marechaussee waar de kittens hun nieuwe thuis hebben gevonden.
‘Ook tijdens ons werk komen we soms dieren tegen die wel wat extra hulp kunnen gebruiken’, deelt Marechaussee Noord-Holland en Utrecht op Instagram.
Twee marechaussees troffen de kittens aan in een verlaten pand in Amersfoort. De katten waren daar achtergelaten.
Nieuw thuis
De kittens werden opgevangen door de Dierenambulance en hun gezondheid werd gecontroleerd. Toen ze klaar waren om op zoek te gaan naar een nieuw thuis, vonden ze die dichterbij dan verwacht: de militairen die de kittens vonden, namen ze mee naar huis.
‘Sindsdien hebben ze alle drie een warm, veilig en fijn onderkomen en zijn ze inmiddels helemaal onderdeel van het gezin’, meldt de Marechaussee.
Bij een foto van twee van de katten in Marechaussee-tuigje staat: ‘Vandaag vieren Bims, Boef & Momo hun allereerste Dierendag bij hun nieuwe baasjes.’
Bron: AD
De Stichting Marechaussee Contact (SMC) is opgericht om een muur van vrienden te vormen rond de Koninklijke Marechaussee. Toegankelijk voor iedereen, die op de hoogte wil blijven van het reilen en zeilen van het Wapen. Het SMC-embleem staat voor de gendarmeriegedachte (de granaat), de verbondenheid met en de trouw aan het Koningshuis (de kroon) en de bereden oorsprong (het hoefijzer).
Het levendig houden van de belangstelling voor en de verbondenheid met de Koninklijke Marechaussee en het onderhouden of hernieuwen van vriendschappelijke contacten tussen hen die als militair of burger bij het Wapen, Korps Militaire Politie/Koninklijke Marechaussee en/of Korps Politietroepen dienen of gediend hebben. SMC organiseert jaarlijks twee grote reünies, verscheidene over het land verspreide bijeenkomsten en contactmiddagen. Bovendien assisteert SMC bij het organiseren van lichtingsreünies.
Als SMC'er ontvangt u zes keer per jaar het rijk geïllustreerde tijdschrift Marechaussee Contact.
Meld u meteen aan om mee te doen!